filmboard sluitersnelheid shutter speed framerate

Sluitersnelheid (Shutter Speed) en Framerate

De termen sluitertijd (shutter speed) en framerate kunnen verwarrend zijn. Ze hebben beide met snelheid te maken. In fotografie moet je rekening houden met de sluitertijd en speelt framerate geen rol. Bij video moet je beide instellingen op elkaar afstemmen. Zo kies je de beste instelling voor jouw project:

Sluitersnelheid

Hiermee wordt de tijd van belichting voor één afzonderlijk beeld gekozen. Bij 1/50 wordt één beeld tien maal langer belicht dan bij 1/500. Hoe lager de sluitersnelheid hoe meer bewegingsonscherpte er op zal gaan treden.

Framerate

Dit is het aantal beelden dat per seconde wordt weergegeven. De industrie standaard voor film ligt op 24 (23,976) beelden per seconde. Bij video ligt de snelheid op 25 in PAL (Phase Alternating Line) en 29,97 in NTSC (National Television Standards Committee). Tegenwoordig kunnen de camera’s ook 50 of 60 beelden per seconde filmen.

Wanneer pas je de Sluitersnelheid aan?

Als je een beweging vloeiend wil laten lopen zul je kiezen voor een lagere sluitertijd, we zijn als kijker gewend aan een beetje motion blur. Als je sport wilt filmen, of een vechtscène wilt opnemen met veel actie kun je kiezen voor een hogere sluitertijd. Het beeld loopt niet meer zo vloeiend en oogt scherper.

Wanneer pas je de Framerate aan?

Hoewel je niet meer gebonden bent aan de snelheid van filmprojectors zijn onze ogen gewend aan 24p. Snelheden van 30fps en hoger associëren we met video. Dat is ook de reden waarom veel mensen ontevreden waren met het beeld van de “The Hobbit” films, die werden op 48 fps gefilmd. Vaak worden hogere Framerates gebruikt voor slow motion effecten. Film in 120 fps, breng het terug naar 24 fps en één seconde wordt een clip van vijf seconden.

De beste instelling

Over het algemeen zul je filmen met de Framerate die past bij jouw project. Als je het film karakter wilt benaderen gebruik je 24 fps, maar mensen raken steeds meer gewend aan hogere snelheden. Je gebruikt alleen hogere Framerates als je later iets wilt vertragen of als je de beeld informatie nodig hebt voor de postproductie.

Bij een beweging die we als “vloeiend” ervaren stel je de Sluitersnelheid in op het dubbele van de Framerate. Dus bij 24 fps een sluitertijd  van 1/50 (afgerond van 1/48), bij 60 fps een sluitertijd van 1/120. Dat ziet er voor de meeste mensen “natuurlijk” uit. Als je een speciaal gevoel wilt oproepen kun je spelen met de Sluitersnelheid.

Het aanpassen van de sluitertijd heeft ook een grote invloed op de aperture. Beide bepalen namelijk de hoeveelheid licht wat op de sensor valt. Maar daar komen we in een artikel nog op terug.

Bekijk hier een artikel over Aperture, ISO en scherptediepte